U bent hier:Home Over BNRM Kinderpornografie
Het vervaardigen, verspreiden, in bezit hebben van en het kijken naar kinderporno is strafbaar gesteld in het Nederlandse Wetboek van Strafrecht (art. 240b Sr) en kan bij veroordeling leiden tot een maximum gevangenisstraf van acht jaar.
Kinderpornografie is geen slachtofferloos delict. Kinderpornografie is seksueel geweld tegen kinderen op beeldmateriaal. Vrijwel altijd ligt aan het vervaardigen van kinderpornografische afbeeldingen seksueel geweld ten grondslag. Maar ook het verspreiden van en het opzettelijk kijken naar kinderpornografisch materiaal is seksueel geweld.
In de eerste rapportage doet de Nationaal Rapporteur de aanbeveling de aanpak van kinderpornografie onderdeel te maken van een totaalaanpak ter bescherming van kinderen tegen seksueel geweld, te coördineren door de ministeries van Veiligheid en Justitie en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Een kunstmatige scheiding tussen de aanpak van kinderpornografie en die van seksueel geweld in de reële wereld belemmert een effectieve aanpak. Die aanpak moet ook de elementen van preventie, signalering en hulpverlening omvatten, welke specifiek liggen op het terrein van VWS.
Voor politie en justitie is de aanpak van kinderpornografie een prioriteit. De meeste zaken voor de rechter betreffen echter in belangrijke mate alleen het bezit van kinderpornografisch materiaal. Om de opsporing effectiever te maken is het nodig multidisciplinair, dat wil zeggen vanuit zeden-, digitaal en tactisch perspectief, samen te werken. Op internet vindt seksueel geweld tegen kinderen plaats. Naast kinderpornografie worden er meisjes geronseld door loverboys en benaderen pedofielen kinderen met sexuele bedoelingen.
Duidelijk is dat alleen repressieve middelen kinderen geen effectieve bescherming bieden tegen seksueel geweld. Er bestaan weliswaar programma’s op het gebied van preventie, signalering en registratie en hulpverlening aan slachtoffers, maar hierin ontbreekt een digitaal perspectief. Ook is er nog geen expertise over het omgaan met trauma’s die het gevolg zijn van de permanentie van de misbruikbeelden op internet. Voor veel kinderen is de scheiding tussen de analoge en de digitale wereld diffuus, het loopt in elkaar over.
Als het gaat om de bescherming van het kind tegen seksueel geweld op internet, dan moet dat kind centraal staan. Kernwoorden daarbij zijn digibewust, digibekwaam en digibereikbaar. Internet is bij uitstek het medium waarin kinderpornografie een hoge vlucht heeft genomen. Omdat internet voor de overheid niet is te beheersen, is samenwerking met private partijen, ngo’s en de internetgemeenschap hard nodig. Publiekprivate samenwerking kan binnen een platform worden geborgd.